Je staat op een kruising, kijkt om je heen en ziet in de verte de pastoor het kruispunt oversteken.
Vanuit de Bosstraat hoor je een luide knal. Je wordt afgeleid en verliest de pastoor uit het oog.
Waar is hij naartoe gegaan?

Je besluit in ieder geval dezelfde richting op te gaan.

Daarom sla je rechtsaf.
Op het grote kruispunt blijf je staan.